Ze moeten me niet!

Snakken naar erkenning, dat kan een krachtige drijfveer zijn. Bij striptekenaar Gerard Leever werkt de zucht naar bevestiging als een propellor die hem voortstuwt naar steeds weer nieuwe successen. Naar het winnen van de Stripschapprijs in 2006 bijvoorbeeld. Of naar de creatie van zijn eigen Oktoknopiekamer in het Stripmuseum in Groningen, waar zijn jeugdstrip Oktoknopie (een paarse inktvis) centraal staat. Maar het was een zware dobber om zover te komen en Leever tekende het op in het verhaal ‘Ze moeten me niet’, dat verleden jaar in het stripblad Eppo verscheen. We zien er een moedeloze en verregende Leever, die zelfs door zijn vader wordt genegeerd. Het bijbehorende palet is bruin en grijs. Maar dan komt telefonisch de uitnodiging om zijn werk tentoon te stellen op het prestigieuze festival van Barcelona. De wolken wijken: “Yes! Mijn internationale doorbraak!”

Waar gebeurd, want al sinds zijn tijd in militaire dienst maakt deze tekenaar er een gewoonte van om zijn eigen leven te boekstaven in losse afleveringen van ‘Gleevers Dagboek’. In de jaren negentig verscheen daarvan een eerste bundeling, nu is er een tweede deel dat als Stripboekgeschenk uitkomt ter gelegenheid van de Stripdagen in Gorinchem op 10 en 11 maart. Het opmerkelijke van deze autobiografische strips is de stijl waarin ze zijn gegoten, want dat is de grote-neuzen-stijl die gewoonlijk wordt gebruikt voor mainstream-strips vol humor en avontuur. Niet dat het daaraan ontbreekt in Leevers bestaan: op de eroticabeurs heeft hij ooit met de kwast in zijn mond een naaktmodel moeten bodypainten. In het boek zijn hiervan zowel de foto’s als de getekende weergave te zien, zodat de lezer weet dat niets is gelogen! Maar ook de dood van hondje Dopie en de hechtingen in het hoofd van zoon Daan komen plastisch in beeld. Alles vakkundig ingekleurd door Wilma Leenders, zijn eigen vrouw.

In Leevers geboortejaar 1960 schilderde Norman Rockwell zijn ‘Triple Self-Portrait’ waarop hij voor zijn ezel zit en in de spiegel kijkt om zijn eigen gezicht te bestuderen. Hij draagt een brilletje, maar dat brilletje komt in het zelfportret niet terug. Bovenop de ezel hangt een brandweerhelm, die verwijst naar de pompiers uit de negentiende eeuw, de realistische schilders die verguisd werden door de modernisten. Ook Rockwell voelde zich tekortgedaan door de kunstgeschiedenis: abstracte schilders kregen meer waardering dan figuratieve. Voor het omslag van Gleevers Dagboek II tekende Leever daarop een prachtige variant, waarin de brandweerhelm is vervangen door een soldatenhelm. Op de ezel is een autobiografische strippagina geprikt en ook de bril is niet vergeten: die ligt in een bureaulaatje. Bij Rockwell hangt een zelfportretje van Rembrandt als het grote voorbeeld aan de ezel, bij Leever is dat het album ‘Twee voor thee’ van Daan Jippes en Martin Lodewijk. Maar omhoogkijken hoeft Leever niet meer: hij is arrivé.

‘Gleevers Dagboek 2’, Gerard Leever, Uitgeverij Stichting Stripboekgeschenk, ISBN 9789058857590, € 8,95, 4 sterretjes.

Geplaatst in Volkskrant