Zalvend zappen

wideMijn zetel

Vergeeld geel, langs de/arm zie je de voering./Zijn kussens zijn een mal/Giet er brons in, dat ben ik.

Wide Vercnocke (1985) is de schrijver van bovenstaand gedicht, over een ‘zetel’ die wij Hollanders een bank zouden noemen, een meubelstuk dat uitnodigt tot luieren. Het gedicht staat samen met strips, bladvullende tekeningen en een aantal andere gedichten in het boek ‘Mijn muze ligt in de zetel’, dat de gedrukte versie is van Vercnockes afstudeerproject aan de kunstacademie Sint Lukas in Brussel. Het is dus zijn debuut en al meteen moeilijk te overtreffen in originaliteit en tekenvaardigheid.

Het werk heeft een zeer prozaïsche kant, want er wordt in gestofzuigd en afgewassen, er worden boterhammen gesmeerd en met de afstandbediening wordt gespeeld. Er wordt op de bank gehangen en met de bank zelf wordt gesjouwd. Maar daar begint ook de poëzie. ‘Mijn muze ligt in de zetel’ opent met een choreografie voor twee gespierde jongens die een zitbank naar boven moeten tillen, de trap op en een smalle deur door. Het is passen en meten, en Vercnocke neemt rustig de tijd om ons de armspieren te tonen, de gebogen knieën in spijkerstof, de kantelingen van het onhandelbare meubelstuk. Dan is er een visioen: de handen die eerst een leuning omknelden, kneden nu een vrouwenlichaam, heel even is een van de jongens naakt en we gaan mee in zijn kortstondige seksfantasie. In het hoofdstuk ‘Knokkels’ vindt nog zo’n erotische metamorfose plaats. Wide hangt op zijn zetel en is in de weer met de afstandsbediening. Hij betast de knopjes alsof het erogene zones zijn en inderdaad neemt het gebruiksvoorwerp de gedaante aan van een bloot meisje. “Ik neem je in mijn armen, zalvend zappend, het sproeien van ionen,” dicht Vercnocke.

Dolce far niente, zalig nietsdoen. Bij deze auteur leidt het luieren tot wellust en soms tot duistere verzinsels. “Mijn beste inzichten komen vaak vanuit de zetel. De afwezigheid van fysieke inspanning zorgt voor een vergrote activiteit in je mentale ruimte,” zei hij tegen een interviewer van het Belgische blad Stripelmagazine. Duister is bijvoorbeeld het verhaal ‘Rollende aders’ waarin Wide op zijn bank ligt te slapen en droomt dat de gezwollenheid van de aderen op zijn gespierde armen dusdanig uit de hand loopt dat er uit zijn bovenlichaam een alter ego groeit dat geheel uit aderen is samengesteld. Uitsloverig balt het wezen links en rechts de biceps, maar dan wordt Wide wakker uit zijn droom en bekijkt slaperig zijn armen: niks geks meer te zien.

‘Mijn muze ligt in de zetel’ is bijzonder fraai gedrukt, met matte inkt op stevig, romig papier. De sensualiteit van Vercnockes poëzie had niets minder verdiend.

‘Mijn muze ligt in de zetel’, Wide Vercnocke, Uitgeverij Bries, ISBN 9789461740052, € 20, 4*. Uitgegeven met steun van het Vlaams Fonds voor de Letteren. Deze recensie stond op 27 juli in de Volkskrant.

Geplaatst in Volkskrant