Weegee the famous

nakedcityFans van Bones en Crime Scene Investigation weten precies wat dat is, ʻde integriteit van de plaats delictʼ: je mag de dooie niet aanraken. Eerst nauwkeurig fotograferen hoe het lijk erbij ligt en registreren welke sporen naar de dader kunnen leiden. Een haar, een huls, een voetafdruk. Zo niet de pionier van de misdaadfotografie, Arthur Fellig alias Weegee (1899 – 1968), die altijd als eerste op de crime scene wilde zijn. Daar maakte hij de pose van het slachtoffer graag iets fotogenieker: verschoof met zijn schoen het levenloze hoofd, legde een hand wat dramatischer neer, even uitkaderen en Klik!

Precies zo brengt de Vlaamse tekenaar Wauter Mannaert het in beeld in zijn boek Weegee – Serial Photographer, op scenario van Max de Radiguès (ook een Belg, al doet zijn naam anders vermoeden). Natuurlijk gebruikt Mannaert hiervoor alleen zwart, wit en grijs, want  Weegee had ook niks anders tot zijn beschikking. In 1938 was hij de eerste die in zijn auto korte golfradio kreeg om politieberichten over branden en moorden af te luisteren en snel ter plekke te kunnen zijn. Zijn bijnaam zou hij ontleend hebben aan het gejengel van de radiosignalen, maar Weegee deed in zijn auto méér dan onheil afwachten: hij had de kofferbak omgebouwd tot doka zodat hij razendsnel zijn confronterende beelden kon ontwikkelen en afdrukken. Eenmaal klaar kreeg elke kiek het stempel: ‘Credit photo by Weegee the Famous’.

Beroemd was hij zeker, vooral nadat in 1945 zijn fotoboek Naked City was verschenen en niemand minder dan Nancy Newhall, curator fotografie van het Moma, op het omslag liet noteren: “Door zijn gevoel voor timing weet Weegee van de dagelijkse dingen in de grote stad bijzondere psychologische documenten te maken.” Dat was knap van de voormalige Oostenrijker Arthur Fellig, die in 1910 met zijn ouders naar de Verenigde Staten was geëmigreerd en het schopte van sensatiefotograaf tot chroniqueur met museaal erkende kwaliteiten.

Mannaert en De Radiguès suggereren dat Weegee voor die status een hoge prijs betaald heeft. Wie altijd waaks is, slaapt niet. Daarmee begon de aftakeling van de man die niks wilde missen: we zien Weegee’s doorwaakte nachten in de Lower East Side, onderuit hangend in zijn mobiele doka, sigaren paffend en whiskey drinkend uit een heupflacon. Op het randje van uitputting begin hij tenslotte last te krijgen van hallucinaties en die hebben steeds dezelfde strekking: een fotograaf wurgt weerloze slachtoffers “voor een beter effect” en die moordzuchtige paparazzo is Weegee zelf. Hij gaat naar de enige persoon bij wie hij zijn hart kan uitstorten, de prostitué Irma, en biecht op dat hij er genoeg van heeft. Hij wil weer vioolspelen, zoals vroeger! Sentimentele onzin, vindt Irma, en gooit hem de deur uit.

De stijl waarin Mannaert het jachtige leven van Weegee heeft getekend, past precies. Z’n lijnen zijn doeltreffend maar laconiek, schijnbaar snel getrokken, en de zwarte partijen heeft hij met een vlot penseel op papier gezet. Geen tijd voor gepietepeuter. Dat wijst op een sterk ontwikkeld vormgevoel, vooral als je kijkt naar Mannaerts vorige grafische roman, El Mesías, die hij in een compleet andere stijl heeft getekend. Stripland België heeft er weer een meester bij.

‘Weegee – Serial Photographer’, tekeningen Wauter Mannaert, scenario Max de Radiguès, Uitgeverij Ballon Media, ISBN 9789462104556, € 19,95, ****

Geplaatst in Volkskrant
Categorieën
Spring naar werkbalk