Voetballen met Van Gogh

Hoe bak je een verrassende taart met een uitgekauwd recept? Voor die uitdaging stond tekenares Barbara Stok, die van het Van Gogh Museum, het Mondriaan Fonds en Uitgeverij Nijgh en Van Ditmar de opdracht kreeg om het leven van die roodharige schilder met dat oor nog maar eens te verstrippen. Inderdaad, “nog maar eens”, want het genie dat gek werd in de Provence figureerde eerder al in een avontuur van Suske & Wiske (‘De Kleurenkladder’), in een dubbelbio van Dick Matena (‘Gauguin en Van Gogh’), in een album van Paul Verhaegen (‘Worsteling van een kunstenaar’), in een dossier van Martin Lodewijk (‘Het oor van Gogh’) en in nog enkele andere striptitels. Toch slaagt Stok erin om een boeiend verhaal te vertellen.  Dat komt in de eerste plaats door haar minimalistische tekenstijl, die sterk contrasteert met de pasteuze verfhuid van Van Goghs doeken. Tekenen over schilderen is eigenlijk een onmogelijke opgave, alsof je voetballend moet uitleggen wat handballen inhoudt. Op het omslag van ‘Vincent’ maakt Stok het probleem op simpele wijze duidelijk: de kop van de schilder is in zwarte contouren omlijnd, maar op zijn schouder zitten twee vlekken, paars en oker, afkomstig van zijn palet. Binnenin is veel ruimte gereserveerd voor de landschappen die Van Gogh inspireerden en de inkleuring daarvan is bijzonder geslaagd, met dank aan de drukker die in het colofon helaas niet wordt genoemd.

Humorloze vent

Op bladzijde 115 doet Stok iets gewaagds: ze beeldt in haar eigen idioom een stuk schors af dat verwijst naar ‘Boomstammen in het gras’ uit 1890, waarmee Van Gogh bewees dat elk voorwerp veel meer kleuren bevat dan het luie oog denkt te zien. Bij Stok zijn de heftige streken veranderd in vrolijke spaghettisliertjes die langs de stam glibberen. Dit is geen poging tot nabootsing, maar de cartooneske vertaling van de geniet-of-ik-schiet mentaliteit van de officiële kunst naar het altijd relativerende karakter van strips. Een andere sterke kant van ‘Vincent’ is de manier waarop de psyche van de schilder wordt neergezet: in plaats van het genie te verafgoden, tekent Stok het portret van een humorloze vent die tot in de kleinste uurtjes doorratelt over kunst. Als zijn grote vriend Gauguin – die korte tijd bij hem inwoont – naar de hoeren gaat, zegt Van Gogh: “Bordelen bestuderen, goed idee.” Gauguin roept vertwijfeld: “Ik ga neuken! Laat me met rust!” Kort daarna vertrekt hij en beginnen de grote, fatale depressies van Vincent.

Fabuleren

Wie met Van Gogh aan de slag wil maar de ware feiten te saai vindt, kan het over de boeg van de wilde fantasie gooien. De Servische stripmaker Gradimir Smudja publiceerde enkele jaren terug al zijn boek  ‘Vincent en Van Gogh’, waarin hij aannemelijk probeert te maken dat alle bekende meesterwerken zijn geschilderd door een Cyperse kat. In het nu verschenen vervolgdeel ‘Drie manen’ gaat hij door met fabuleren en niet zo’n beetje ook. Op de eerste bladzij verschijnt Alfred Hitchcock om de acteur Vincent in een korenveld te filmen en vanaf daar gaat het hoteldebotel door met surrealistische avonturen. Belangrijkste toevoeging in dit deel: het roodharige meisje Claire, dat net als Alice ‘behind the looking glass’ kan kijken. Smudja is meer schilder dan tekenaar en probeert zo nu en dan een Van Gogh-achtige toets neer te zetten om dicht bij zijn inspiratiebron te komen. Maar Stok komt – met haar sliertjes – dichterbij.

‘Vincent’, Barbara Stok, Uitgeverij Nijgh en Van Ditmar/Van Gogh Museum, € 15,  ISBN 9789038896311, 4 *.

‘Vincent en Van Gogh’, Gradimir Smudja, Uitgeverij Silvester, € 16,95,  ISBN 9789058857828, 3 *.

Verschenen in de Volkskrant op  27 oktober 2012.

Geplaatst in Volkskrant