Siegfried  Woldhek: ‘Het moet er lekker uitzien’

Hij is “scherp, vilein, geslepen, dodelijk”. Er is maar één man die dit als een compliment zal opvatten en dat is de potrettist Siegfried Woldhek, van wie overzichtswerk ‘Ziezo – tekeningen enz.’ is verschenen. Goeie timing, want hij publiceerde onlangs zijn duizendste tekening in NRC Handelsblad en maakt ook furore in het buitenland. Woldheks literaire portretten staan sinds kort in de New York Review of Books, waarmee hij in de voetsporen treedt van zijn illustere voorganger David Levine.

Voor een tekenaar maakte Woldhek (1951) een curieuze carrière. Hij studeerde biologie, werd directeur van de Vogelbescherming en het WereldNatuur Fonds, en richtte de organisatie Nabuur.com op. Tekenen deed hij ‘erbij’. Wel professioneel, want alleen al voor Vrij Nederland heeft Woldhek veertig jaar getekend. Pas sinds 2011 is hij fulltime kunstenaar. Nu de tijd van de “gestolen uurtjes” voorbij is, kan hij de tijd nemen om na te denken over welke techniek het beste past bij wat hij wil maken. En dat zie je terug in de ontwikkeling van zijn stijl. Woldhek begon met zeer precieze pentekeningen, maar kiest nu liever voor de vrijere aquarel. In het voorwoord van ‘Ziezo’ zegt hij: “Je krijgt zoveel cadeau als je het water zijn gang laat gaan.” Als je het aandurft om de grilligheid van waterverf in je werk toe te laten, bedoelt hij, krijg je er spannende beelden voor terug.

‘Ziezo – tekeningen enz.’ is een kordate, bijna kale titel. Woldhek nodigt zijn lezers uit om aandachtig te kijken (“zien doe je zó”), maar wil ook aangeven dat woorden niet zijn ding zijn. Daarom heeft hij zijn oeuvre laten beschrijven door scribenten als Carel Peeters, Peter Vandermeersch en Kees van Kooten, die benadrukt dat Woldhek weliswaar karikaturen tekent, maar nooit plat: “Geen Grote Neusmanier of Hoge Hoedenwijze.” Dat Woldhek niettemin goed uit zijn woorden komt, bewijst hij hieronder.

Zelfportret (2013):

“Dit is een mooi voorbeeld van wat tekenaars en schilders doen: kijken hoe een gezicht in elkaar zit. Aan de driekwart houding van het hoofd en de blik in de spiegel zie je meteen dat het een zelfportret is. Op de rechterneusvleugel en onder de rechtermondhoek zie je driehoeken van donkere verf die de vormen van mijn gezicht definiëren. Een vingeroefening om te bestuderen hoe schaduwen werken.”

 

 

 

 

 

 

 

 

Remco Campert (2013):

“Mijn tekeningen zijn gaandeweg minder verhalend geworden en gaan steeds meer over sfeer. Als ik aan het werk van Remco Campert denk, dan zie ik lichtvoetigheid met een melancholieke ondertoon. Ik heb geprobeerd dat met kleur uit te drukken, daarom zie je in dit portret aan de onderkant donkere tonen die naar boven toe steeds lichter worden. Maar de tekening is nergens koud.”

 

 

 

 

 

 

 

 

Mick Jagger (2014):

“Jagger tekenen vond ik wel spannend, want er zijn al ongelooflijk veel portretten en die kijken over je schouder mee. Zijn verweerde huid heb ik benadrukt door er fijne lijntjes in te zetten. Ik heb eerst de kleur aangebracht, daarna het grijs eroverheen gezet en het wit op de neus en de onderlip uitgespaard om die naar voren te laten komen. Door de detaillering ruw te houden, versterk je de ruwheid van zijn huid. Overigens is dit portret, samen met dat van Mandela en Van der Laan, het populairst bij kopers.”

 

 

 

 

 

 

 

 

Bashar al-Assad (2013):

“Dit is geen  neutraal portret: ik heb geprobeerd een vervelende man te tekenen. Kleine tandjes, moeizame poging tot een lachje, wanhopige ogen en een hele lange bovenlip. Ik heb ultramarijn gemengd met gebrande siena, waardoor je mooie grijzen krijgt. Door van heel dichtbij in te zoomen, maak je zo’n portret extra indringend. Eberhard van der Laan heb ik bijvoorbeeld ook getekend, maar dan van een afstand: zo toon ik mijn respect.”

 

 

 

 

 

 

 

 

A.F.Th. van der Heijden (2016):

“Omdat dit na veertig jaar de laatste tekening was die ik maakte voor Vrij Nederland, besloot ik nog één keer terug te keren naar de tekenstijl uit het begin. Kort na het verschijnen van  Tonio’ tekende ik ook een portret, dat heel duister was. Hier wilde ik vooral een tekening maken die er lekker uitziet. Er moet een mooie lijn in zitten, de compositie moet kloppen en hij moet aangenaam zijn om naar te kijken. Gelijkenis is een lastig onderwerp, maar AFTh is goed gelukt, vind ik.”

 

 

 

 

 

 

 

 

Siegfried Woldhek, ‘Zie zo – tekeningen enz.’, Waanders Uitgevers, 350 afbeeldingen, € 29,95, ISBN 9789462621558. Op 30-12-17 in de Volkskrant.

Geplaatst in Volkskrant
Categorieën
Spring naar werkbalk