Nieuwe galerie voor ‘troep’

Richard01De Negende Kunst: zo noemt men de stripkunst in Frankrijk en die eretitel is ook naar Nederland overgewaaid. Afgelopen weekeinde opende in Hilversum een Galerie van de Negende Kunst, die zich geheel gaat toeleggen op het maken van exposities rond “het literaire beeldverhaal – graphic novel – en de spin offs daarvan”. Hier zal het betere beeldverhaal zo’n vijf keer per jaar worden uitgelicht. Initiatiefnemer is Rutger Coucke (65), reclameman en stripliefhebber, die strips is gaan lezen omdat zijn vader zei dat het “troep” was en via het werk van Hugo Pratt ontdekte dat strips ook kunst kunnen zijn.

Hij trapt af met twee tekenaars die in temperament sterk van elkaar verschillen en daardoor de expositie spanning geven: Wilma de Bock en Gabriël Kousbroek. Ragfijn tegenover robuust, ingetogen versus uitbundig. Van De Bock hangen er onder meer de vier pagina’s van ‘Anna Tomato Paste’ die haar bijdrage vormden aan de pas verschenen stripversie van het surrealistische tijdschrift De Schone Zakdoek. Het is een in lila, blauw, aubergine en huidkleur uitgevoerd ballet van personen en voorwerpen die in de beste surrealistische traditie niet al teveel met elkaar te maken hebben. In het laatste plaatje zien we een paashaas op een zitbank, wat je zou kunnen opvatten als een verwijzing naar de sofa van Freud. Jammer dat haar boek nog niet klaar is, anders kon de bezoekers zelf beoordelen wat Chabots tekst heeft toe te voegen.

Strips moet je lezen, ook wanneer ze als kunst aan de muur hangen. Dit onvermijdelijk literaire aspect keert terug in de drie pagina’s uit Onroerend goed, een verhaal van Bart Chabot dat door De Bock wordt omgewerkt tot een grafische roman die later dit jaar moet verschijnen. Ze heeft de tekstballonnen leeg gelaten, zodat de autonomie van de tekeningen beter tot zijn recht komt. Gabriël Kousbroek, bekend als tekenaar voor de Volkskrant en De Groene Amsterdammer, toont voornamelijk bladzijden uit zijn succesvolle Kousboek uit 2013, waarin hij schrijvend en tekenend terugdacht aan zijn vader Rudy Kousbroek en zijn moeder Ethel Portnoy. In sterke zwarte lijnen zet hij zijn platen op en met behulp van de computer voegt hij er een kleurenpalet aan toe dat lak heeft aan subtiliteit. Sommigen vinden die “monomane kleuren” lelijk, zegt hij zelf, andere vinden ze mooi. Je kunt zijn blauwen, paarsen en roden ook Matisse-achtig noemen, verzadigd en brutaal naast elkaar gezet.

Maar Kousbroek kan ook in een fijnere stijl werken, zoals blijkt in het al wat oudere Cavia’s from Hell, waarin hij zijn afkeer van dit piepende knaagdier uitwerkt en een vastgebonden cavia op de spoorrails legt. Niet aardig, wel grappig.

Er hangen geen originelen in de Galerie van de Negende Kunst, want vrijwel alles is gedrukt als piëzografie, dat wil zeggen als hoogwaardig digitale print. Strips tentoonstellen is lastig geworden sinds veel tekenaars op de computer werken en dus geen originelen meer hebben. Toch kun je ook via piëzografieën heel goed kennis maken met het teken- en schrijfwerk. Kousbroek is hoe dan ook blij met de nieuwe galerie: “De graphic novel ligt niet echt goed bij de literaire boekhandel, maar ook niet bij de gewone stripwinkel. Zo bezien heeft deze galerie een educatie functie: het publiek wordt erdoor opgevoed!”

Galerie van de Negende Kunst, gehuisvest in het Ontwerpfabriekje, Van Riebeeckweg 2, Hilversum, tot 29 april, www.denegendekunst.nl, 3*. Illustratie: Wilma de Bock.

Geplaatst in Volkskrant
Categorieën
Spring naar werkbalk