Modernisme in de strip: twee versies

herrMerz_paginaBeroemde schilders in de strip, dat is bijna een genre op zich. Begin deze maand lanceerde Typex zijn getekende eerbetoon aan Rembrandt, kort daarvoor kwam Barbara Stok met haar Van Gogh-verstripping. Maar kunnen kunstenaars uit de avantgarde ook rekenen op een warm onthaal in de stripwereld? Het kan verkeren, blijkt uit recente publicaties.

De Noorse stripmaker Lars Fiske heeft een spectaculair stripboek gemaakt waarin modernisten als Van Doesburg, Marinetti, Grosz en Schwitters elk in hun eigen vormtaal worden afgebeeld: ‘Herr Merz’. De laatste kunstenaar uit dit rijtje is de hoofdrolspeler, want het is Kurt Schwitters (1887-1948) die zijn naam voor altijd heeft verbonden aan de éénpersoonsstroming Merz, die collages, nonsensgedichten, schilderijen en vooral veel Merzbauten heeft voortgebracht. Een Merzbau is een in elkaar geplakte en getimmerde, eeuwig uitdijende constructie waarin gevonden voorwerpen zijn verwerkt: afval voor de burger, goud voor Herr Merz. Bij de Dadaïsten was hij desondanks niet welkom, want te netjes gekleed, en de Nazi’s moesten ook al niks van hem hebben: ontaard! In het boek van Fiske is van eenzaamheid echter geen spoortje te bekennen, want hij zet Schwitters neer als een manische schepper die veel meer ideeën bedenkt dan hij kan uitvoeren en tot in het holst van de nacht op spijkers blijft hameren. Had hij nu geleefd, dan had hij aan de Ritalin gemoeten.

Het is overigens geen toeval dat een Noorse tekenaar zich op het leven van Schwitters heeft gestort, want vanaf 1929 trok de uit Hannover stammende kunstenaar jaarlijks naar het eilandje Hjertøya in Noorwegen, waar hij de autochtonen probeerde te interesseren voor collages van gejutte voorwerpen. Tevergeefs. Fiske zegt: “Toen Schwitters naar Noorwegen kwam werd hij volstrekt genegeerd. In de jaren ’30 snapte niemand iets van abstracte kunst. En na zijn dood maakte niemand van de gelegenheid gebruik om zijn werken te verzamelen. Toch is men nu bezig om een gerestaureerde versie van zijn Merzhut uit Hjertøya naar een museum in Molde te brengen.”

Het knappe van Fiskes boek is dat hij erin slaagt om het meeslepende levensverhaal van de excentrieke Duitser te vertellen en tegelijkertijd een virtuoos spel speelt met de karakteristieken van kubisme, constructivisme, Nieuwe Zakelijkheid en De Stijl. Zijn boek lijkt daarin een beetje op ‘Asterios Polyp’ van David Mazzucchelli uit 2009, een grafische roman waarin met de nodige vormexperimenten het leven van een modernistische architect wordt naverteld. Maar Polyp is een fictief karakter, terwijl Schwitters werkelijk door half Europa heeft gereisd om zijn geloof in Merz te verkondigen. In 1922 werd hij door Theo van Doesburg uitgenodigd om in Nederland te komen vertellen wat dat eigenlijk is, Dada. Ze maken een tournee langs zaaltjes in het land, waarbij Van Doesburg het theoretische deel voor zijn rekening neemt en Schwitters zich beperkt tot een periodiek “Blaf!” Op 29 januari doen ze Utrecht aan, waar de boel volledig ontspoort en kunstenaars, publiek en politie slaags raken. “Het was een ongeëvenaarde dadaïstische triomf!”

‘Herr Merz’, Lars Fiske, Uitgeverij Oog & Blik | De Bezige Bij, ISBN 9789054923831, € 29,90, 5*

Twee magentakleurige mannen die je klonen van Buurman & Buurman of Jansen & Janssen kunt noemen, spelen de hoofdrol in ‘White Cube’ van Brecht Vandenbroucke, de nieuwe ster van de Vlaamse strip. Deze eeneiige tweeling is stom, er komt althans geen woord over hun lippen, wel zijn ze druk in de weer met moderne kunst en meestal niet in complimenteuze zin. Malevitch’ zwarte vierkant keert terug als verbrande tosti op een wit bord, het strikjesperspectief van René Daniels  geeft aanleiding tot moppen met het verdwijnpunt, á la Matta Clark wordt een tuinhuis doormidden gezaagd (‘Garden Aesthetics’) en de stoel van Rietveld wordt grondig verbouwd tot invalidenzitting.

Die achterdocht jegens Moeilijke Kunst is niks nieuws in de stripwereld. In 1991 stelde Cuno Affolter al het prachtboek ‘Mit Pikasso macht man Kasso’ samen, waarin honderden strips bijeen waren gebracht die het modernisme in de kunst belachelijk maken. En in de Volkskrant publiceert Gummbah regelmatig cartoons waarin lelijke bejaarden commentaar leveren op abstracte schilderkunst. Bij een doek met streepjes: “Ik vind het altijd wel fijn als je goed kunt zien dat de kunstenaar er gruwelijk veel werk aan heeft gehad.” (Volkskrant, 8 maart) Maar het antimodernisme van Brecht Vandenbroucke is vooral gespeeld. Desgevraagd zegt hij: “Ik heb geen bezwaar tegen gelijk welke vorm van kunst, ik probeer alle dingen te appreciëren voor wat ze zijn. Het boek is inderdaad ‘tongue in cheek’ bedoeld. Iedereen heeft tegenwoordig een mening en probeert die door te drijven, onder andere via social media. Ik wilde met dat uitgangspunt iets doen met kritiek en esthetiek. De houding in het boek is wat ambigue: ik houd enorm van kunst en tegelijk wil ik ook die hele kunstwereld relativeren.” Op de laatste bladzijde moet één van de magentamannen kiezen tussen een uitgang met Art en een met Comics: hij besluit de middenweg te kiezen, dwars door de muur ertussen!

‘White Cube’, Brecht Vandenbroucke, Uitgeverij Bries, ISBN 9789461740076, € 19,95 , 4*

P.S.

Niet alleen beeldend kunstenaars inspireren stripmakers, ook schrijvers zijn geliefd. Na Reve, Flaubert, Multatuli en Proust, is het nu de beurt aan Belcampo om verstript te worden. Deze week verschijnt ‘Het grote gebeuren – De getekende versie’, uitgegeven door Micromys en getekend door Christiaan Van Tol, Barthel Brussee en anderen. “Geen ‘gewoon’ kunstboek, ook geen ‘gewoon’ stripboek, maar iets ertussenin,” aldus de  makers. In Galerie De Pieter is onder de titel ‘Het Grote Gebeuren, over kunst en (andere) strips’ een tentoonstelling over dit werk te zien. Breestraat 46, Leiden, t/m 26 mei. [Dit artikel stond in iets gewijzigde vorm – en met een idiote titel – in de Volkskrant van 13 mei.]

Geplaatst in Volkskrant