Mami Wata

Begin juli verschijnt de 340ste ‘Suske en Wiske’, getiteld  ‘Mami Wata’, maar nog vóór het album in de winkels ligt is er al een rel ontstaan. De aanleiding is niet eens de tekening van blote borstjes, toch een bijzonderheid in deze aseksuele stripreeks, maar de weergave van een zwarte man die naar de borstjes omkijkt. Zijn lippen zijn ouderwets en karikaturaal dik getekend, alsof er nooit een discussie over kolonialisme en racisme heeft plaatsgevonden. “Ik zie een halve aap, geen Afrikaanse man,” zegt schrijfster Dalilla Hermans, die de kwestie heeft aangekaart op Facebook. Hermans is in Rwanda geboren, maar groeide op in Vlaanderen als adoptiekind. In het dorpje waar ze woonde was zij de enige met een donkere huid en dat bleef niet onopgemerkt. In haar recent verschenen boek ‘Brief aan Cooper en de wereld’ heeft Hermans uitgebreid haar ervaringen met racisme beschreven.

Bij Hermans roept de tekening in ‘Suske en Wiske’ pijnlijke herinneringen op “aan racistische prentjes uit ons koloniaal verleden. Ik snap niet dat dat niemand is opgevallen. Dat zijn geen lippen, dat is hoe je de mond van een dier tekent. We zijn in 2017 en we moeten dit echt niet meer pikken. Zolang zwarte mensen worden afgebeeld als halve apen, is het niet meer dan normaal dat ze worden behandeld als domme mensen en kinderen een laag zelfbeeld hebben.” Op Facebook is zij een actie gestart waarbij mensen worden uitgenodigd tekeningen van zwarte mannen op te sturen die niet racistisch en karikaturaal zijn. Standaard Uitgeverij, waar de Suske en Wiske-reeks verschijnt, heeft inmiddels excuses aangeboden en zegt begrip te hebben voor de actie van Hermans. Een woordvoerster van de uitgeverij zei in de Vlaamse pers: “We zijn ons niet bewust geweest van de impact hiervan.”

Het is nog niet bekend of Standaard verdere actie gaat ondernemen. ‘Mami Wata’ zou gedrukt en verspreid zijn. De oplage van een Suske en Wiske-album bedraagt tegenwoordig ruim 100.000 exemplaren.

In 2007 diende de Congolees Mbutu Mondondo Bienvenu een aanklacht in bij een Brusselse rechtbank omdat hij vond dat het album ‘Kuifje in Afrika’ racistisch was. Vijf jaar later oordeelde de rechter: tekenaar Hergé zou nooit de intentie hebben gehad om te discrimineren, en het boek hoefde niet uit de handel te worden genomen. Ook in Zweden heeft de kolonialistische weergave van de Afrikanen in het bewuste stripalbum voor problemen gezorgd: in 2012 wilde het Stockholmse Kulturhuset ‘Kuifje in Afrika’ uit de jeugdbibliotheek verwijderen, maar na protest ging dat voornemen niet door. In Engeland is aan ‘Kuifje in Afrika’ een voorwoord toegevoegd, waarin onder meer staat dat de tekenaar toegeeftj de bewoners van Afrika te hebben afgebeeld volgens toen (1931) geldende stereotypen, “een interpretatie die de lezer van nu als beledigend kan ervaren”.

Eind vorig jaar overleed de tekenaar Marc Sleen, een van de groten van het Vlaamse beeldverhaal. Hij was onder meer de schepper van Petoetje, een populaire figuur uit de succesreeks Nero. In 1950 debuteerde Petoetje in het verhaal ‘Moea-Papoea’, wat ook de naam is van een eiland in de Stille Zuidzee waar de Amerikanen hun frisdrank Pola Pola proberen te slijten. De zwarte Petoetje heeft dan nog zeer dikke lippen en een rieten rokje, terwijl hij zich bij onraad verstopt in de buidel van een kangoeroe. Maar al in 1955 is hij door het eten van witlof enorm intelligent geworden, nog een jaar later spreekt hij vloeiend Russisch en intussen is ook zijn uiterlijk geëvolueerd: hij draagt een trui en een lange broek, en zijn mond is genormaliseerd. Petoetje krijgt een witte vriendin die Petatje heet en daarmee is zijn integratie voltooid. De politicoloog Ruddy Doom schreef in 2012 het artikel Een slepende ziekte: de Vlaamse kijk op de Congolezen, waarin hij noteert: “Petoetje wordt in de loop der jaren gedetropicaliseerd: hij slaagt met succes voor de inburgeringcursussen en ontwikkelt zich tot een sterdanser van de ‘Doe de petoe’ (het aangeboren gevoel voor ritme, weet je wel). Door skin-lightening en het aanmeten van een bizarre haartooi wordt de bewoner van Papoea een zonnebankvlaming die het strooien rokje inruilt voor hippe tienerkledij.”

Kunstenaar Quinsy Gario, geboren op Curaçao, startte in 2011 de actie ‘Zwarte Piet Is Racisme’ en sindsdien laait het debat over het uiterlijk van deze folkoristische held telkens weer op. Ook in de stripgeschiedenis is Zwarte Piet een onvermijdelijke figuur. Gerrit de Jager maakte dertig jaar geleden al grappen over het Sinterklaasfeest en de frictie tussen echte en onechte zwarten. Twee karakters uit De Jagers befaamde stripserie ‘De Familie Doorzon’ zijn de pekzwarte Surinaamse broers Kees en Arie Bleekjes. In het album ‘Dozo’ uit 1986 is De Jager het huidige debat mijlenver voor, want zijn Arie Bleekjes weigert de Zwarte Pieten-rol: “Je denkt toch niet dat ik voor knecht ga spelen, hè!?”

Geplaatst in Volkskrant