Het verhaal rijker maken

Gavrilo-Princip-p6“Het leven is niks. Het is grijs, routineus, vol pijn en ontgoocheling. Maar de dood is vol… schoonheid! Glorie! En extase!” Dit zijn woorden van Gavrilo Princip, die op 20-jarige leeftijd aartshertog Franz Ferdinand doodschoot en daarmee de lont stak in het kruitvat dat we nu de Eerste Wereldoorlog noemen. Gavrilo was lid van de terroristische beweging De Zwarte Hand: dat riekt naar Werther Nieland en Pietje Bell, maar het was de Bosnische jongeling en zijn vrienden diepe ernst met hun voornemen om een einde te maken aan de Oostenrijkse bezetting. In zijn grafische roman ‘Gavrilo Princip – De man die WOI ontketende’ brengt de Deense tekenaar Henrik Rehr (1964) stap voor stap in beeld hoe het radicaliseringsproces verliep bij de vrijheidsstrijders op de Balkan, en daarmee sluit zijn boek nauw aan bij de actualiteit. Want de Europese jongeren van Marokkaanse afkomst die nu in Syrië hun leven wagen verschillen wat betreft hun mental make-up niet wezenlijk van Gavrilo, Danilo, Trifko en Nedeljko.

In zwartwitte, fijngearceerde tekeningen neemt Rehr ons eerst mee naar het verarmde platteland waar het fanatisme van de jongeren ontkiemt en naar donkere achterkamers in Belgrado waar de samenzweerders drinken op een bevrijd Servië. Aan de klassieke scène – terrorist vuurt op vorst – besteedt Rehr zes spannende bladzijden die onvermijdelijk doen denken aan Lee Harvey Oswald versus Robert F. Kennedy, maar het goede van dit boek is dat negentig procent ervan draait om Princips pad naar de laatste, ultieme daad.

In het kielzog van ‘Charley’s War’ van Mills en Colquhoun en ‘Loopgravenoorlog’ van Jacques Tardi zijn in verschillende landen talloze strips verschenen over de Grote Oorlog, en vaker wel dan niet wordt daarin de Slag bij de Somme als centrale gebeurtenis gekozen. De Amerikaanse tekenaar Joe Sacco ontwierp zelfs een 7 meter brede leporello waarop het bloedbad van 1916 tot in details is uitgewerkt. Het Tapijt van Bayeux anno nu. Het gevaar van zo’n eenzijdige nadruk op de Somme is dat een wereldoorlog wordt gereduceerd tot één plek des onheils, zoals ook heel veel strips over de Tweede Wereldoorlog gaan over Auschwitz, met uitsluiting van al die andere vernietigingskampen. Het verhaal wordt daardoor armer in plaats van rijker.

“Veel te lang hebben geschiedschrijvers zich louter geconcentreerd op het leed van de soldaten aan het front, terwijl ook burgers vreselijk hebben afgezien,” zegt de Vlaamse schrijfster Johanna Spaey, die samen met Gerolf Van de Perre het boek ‘Gewonde stad’ heeft gemaakt. Het gaat hierin nu eens niet over Ieper, maar over de Belgische stad Leuven waar de Duitse troepen in augustus 1914 een grote ravage aanrichtten en onder meer de universiteitsbibliotheek in brand staken. Hoe de burgers hun verwoeste stad uit het puin moesten herbouwen is het thema van dit boek, een beeldverhaal waarin het Leuvense drama in poëtische teksten en geschilderde impressies een nieuwe gedaante krijgt. Hoogtepunt van ‘Gewonde stad’ is de gezichtsreconstructie bij een verminkte soldaat, waarmee Van de Perre een gruwelijk mooie metafoor voor het herstel van zijn vernietigde stad aanreikt.

‘Gavrilo Princip – De man die WOI ontketende’, Henrik Rehr, Uitgeverij Ballon Media, ISBN 9789462101692, € 27,95, 4*.

‘Gewonde stad’, Johanna Spaey en Gerold Van de Perre, De Bezige Bij Antwerpen, ISBN 978-90-854252-3-6, € 29,99, 4*.

Deze recensie stond op 28 juni in de Volkskrant (flets en ongeïnspireerd opgemaakt).

 

Geplaatst in Volkskrant
Categorieën
Spring naar werkbalk