Het getergde oog

getergdHet oog raakt niet verzadigd van zien, zegt het boek Prediker, en het oog van Glenn Bray al helemaal niet! Negenenveertig jaar geleden begon deze Amerikaanse stripliefhebber met het verzamelen van counterculture ephemera en imaginative visuals – zeg maar: voortbrengselen van wat toen nog low art heette. Een flink deel van de schatten die hij bij elkaar wist te brengen, van Milt Gross tot George Grosz, van Herriman tot Kurtzman, is nu in één kloeke band afgedrukt, zwaar als de Statenbijbel. “The Blighted Eye bevat niet alleen de grootste verzameling strip-originelen ooit, het is ook de getuigenis van Bray’s verbeten en visionaire toewijding aan het behoud van een kunstvorm waarop de culturele elite het merendeel van de 20ste eeuw heeft neergekeken.” Aldus uitgeverij Fantagraphics, die met deze strijdbare tekst een middelvinger opsteekt naar alle snobs die denken dat Kunst alleen een hoofdletter verdient als er Concepten en Abstracties aan te pas komen.

Het getergde oog, zo zou je de titel van het boek kunnen vertalen. Maar waarom heet het zo? Er is in het boek een interview met Bray (San Fernando Valley, 1948) opgenomen waarin hij vertelt dat zijn kennismaking met het blad MAD van beslissende invloed is geweest. Om precies te zijn: het verhaal The Mad Reader van Basil Wolverton, waarin de ogen van de waanzinnige lezer als glibberige slangen uit de kassen puilen. “I’d never seen anything that outrageous before.” Bray wilde nog veel méér buitenissigs zien, het waren zijn eigen ogen die onverzadigbaar bleken. Het wemelt in zijn collectie van de bizarre sextaferelen, er is een aparte sectie gewijd aan portretten van de Duivel en ook aan gewelddadigheden ontbreekt het niet, maar echt grimmig wordt het eigenlijk zelden: alles is overgoten met een saus van zelfspot en geamuseerdheid.

Bray is behalve verzamelaar ook de man van Lena Zwalve, een Nederlandse die in onze stripgeschiedenis beter bekend is als Tante Leny, van het legendarische undergroundtijdschrift Tante Leny Presenteert, waarvan tussen 1970 en 1978 in totaal 25 nummers zijn verschenen. Dankzij Zwalve kwam Bray op het spoor van Nederlandse tekenaars als Peter Pontiac, Evert Geradts, Marc Smeets, Joost Swarte en Bob van den Born, die allemaal zijn opgenomen in het pantheon van The Blighted Eye. Er zijn aan Pontiac zelfs tien bladzijden gewijd en hij heeft ook de tekening voor het omslag geleverd. Zijn psychedelische prent toont een man met kapotgekeken ogen die op een oogbol zit en wordt aangestaard door een veelogig monster dat door Satan wordt bereden. Denk hierbij niet louter aan Prediker, maar ook aan Job en aan de Openbaringen! Rechtsonder op de tekening holt een verliefde fallus achter een vluchtende oogbol aan, wat niet alleen een toefje humor aan de apocalyptische scène toevoegt maar ook de wellust van het kijken benadrukt. Die verliefde fallus, dat is Glenn Bray.

The Blighted Eye: Original Comic Art from the Glenn Bray Collection, Uitgeverij Fantagraphics, ISBN 978-1-60699-695-9, $ 100, 5 sterren. Het is te koop bij o.a. Lambiek en Het Beeldverhaal in Amsterdam.

Post Scriptum

Goudmijn

De beroemdste Donald Duck-tekenaar was niet Walt Disney, maar Carl Barks (1901-2000). In zijn vrije tijd schilderde Barks landschapjes en Glenn Bray stelde voor dat hij ook Donald Duck-scènes op doek zou zetten. Voor het eerste werkje – Donald en de neefjes op een zeilboot – betaalde Bray $150. Barks zou de rest van zijn leven Duck-schilderijen blijven maken, tot het Disney-concern er vanwege copyright-kwesties een eind aan maakte. Enkele jaren terug werd Barks’ Business as Usual uit 1976 – Dagobert in een goudmijn – geveild voor $179,250.

Deze recensie stond op 3 mei in de Volkskrant.

Geplaatst in Volkskrant