‘Grafische roman redt de strip’


Gisteren promoveerde dr. Rudi de Vries aan de Rijksuniversiteit Groningen op strips. De elfde stelling van zijn proefschrift luidt: het hoogtepunt van het premierschap van Mark Rutte was zijn gastoptreden in de Donald Duck! Maar het onderwerp van deze dissertatie is niet grappig bedoeld: ‘Comics and Co-evolutions – A Study of the Dynamics in the Niche of Comics Publishers in theLow Countries‘. Kort gezegd gaat het over de ontwikkeling en toekomst van stripuitgeverijen in Nederland en België.

– Is dit in ons land het allereerste proefschrift over strips?

Dit is bij mijn weten het eerste door een Nederlander geschreven proefschrift over strips, al promoveerde enkele jaren terug de Amerikaan Hassler-Forest aan de Universiteit van Amsterdam op superheldenstrips en hun verwantschap met conservatieve denkbeelden in de Amerikaanse politiek. (Eerder promoveerde Pascal Lefèvre als eerste Nederlandstalige Belg op een proefschrift over Suske & Wiske.)

– Wat zijn die co-evoluties in de titel van je proefschrift?

De term komt uit de biologie: wederzijdse aanpassing door twee systemen, noodzakelijk om te overleven voor beide. Soorten die zich niet aanpassen, verdwijnen. Bij co-evoluties in de bedrijfskunde komt het er op neer dat organisaties in dezelfde bedrijfstak zich moeten aanpassen als één organisatie iets nieuws doet wat de bedrijfstak in beweging brengt, zoals de innovatie van een bestaand product. De grafische roman is zo’n innovatie.

– De klassieke strip is op z’n retour. Mag je de grafische roman de redding van de strip noemen?

In ieder geval een van de reddingen op dit moment. En niet alleen als economisch product, maar ook als artistiek product: door strips te marketen als graphic novel zijn ze beter verkrijgbaar in literaire boekwinkels. In de toekomst zullen er wellicht ook digitale strips komen die economisch rendabel zijn.

– Wat is het belang van het co-evolutie-model voor de toekomst van de Nederlandse strip?

Uit mijn onderzoek komt naar voren dat vernieuwingen, gelanceerd door ambitieuze tekenaars of idealistische uitgevers, ertoe kunnen leiden dat grotere, commerciële bedrijven op die ontwikkelingen moeten inspringen om te overleven. Creatieve individualisten kunnen zo de koers van de stripwereld meebepalen.

– Kun je inschatten wat in de stripwereld het belang is van self-publishing? Je noemt namelijk alleen de uitgevers…

In elk geval voor beginnende tekenaars belangrijk, maar ook voor nieuwe ontwikkelingen. Joost Swarte is ook ooit begonnen met zelf uitgeven van Modern Papier. Draagt vaak bij aan verbetering van de strips als er commentaar komt van vakbroeders. Uiteindelijk moet het wel worden opgepikt door een meer professionele uitgever als men onder de aandacht van een iets breder publiek wil komen.

– Het Letterenfonds gaat in navolging van het Vlaams Fonds voor de Letteren onze beste striptekenaars pluggen, o.a. op ’s wereld grootste stripfestival in Angoulême. Heeft dat zin?

Jazeker: van een aantal Vlaamse tekenaars zijn door stevig pluggen ook vertalingen verschenen, en dat levert niet alleen meer erkenning en naamsbekendheid op, maar ook meer inkomsten, en kan dus een stimulans zijn om met strips maken door te gaan. Ons taalgebied is helaas te klein om als striptekenaar je brood te kunnen verdienen (op enkelingen na), zeker als je wat meer experimentele, literaire of kunstzinnige strips maakt.

– Je hebt lang in het bestuur van het Nederlands Stripmuseum in Groningen gezeten. Klopt het dat dit museum volgend jaar moet sluiten?

Het lijkt er helaas wel op. Men hoopt dat het huidige gebouw nog een paar jaar gebruikt kan worden totdat het Forum-complex in de stad opengaat: dit gebouw krijgt een belangrijke culturele functie en de Forum-directie heeft aan het Stripmuseum laten weten dat er ook voor hen ruimte is. Hopelijk gaat de gemeente Groningen inzien dat het erg jammer zou zijn als het Stripmuseum zou verdwijnen. Het heeft de gemeente tot nu toe weinig geld gekost en het levert relatief veel bezoekers op, tussen 30.000 en 40.000 per jaar. Daar zou men wel eens meer in mogen investeren.

Een kortere versie van dit interview verscheen op 29 november in de Volkskrant. Illustratie: Erik Wielaert.

Geplaatst in Volkskrant