Een nogal vermoeiende regio

Israël is een dankbaar land. Voor tekenaars. Stripjournalist Joe Sacco tekende in ‘Palestine’ en ‘Footnotes in Gaza’ gedenkwaardige reportages over het leven en overleven van de Palestijnen, en Sarah Glidden publiceerde een boeiend boek over haar reis naar het Beloofde Land met de organisatie Taglit-Birthright, die Joodse Amerikanen kennis wil laten maken met hun erfgoed:  ‘How to Understand Israel in 60 Days or Less’.

Maar het definitieve portret moet toch wel ‘Jeruzalem’ zijn, het boek van Guy Delisle dat op het stripfestival van Angoulême de hoofdprijs kreeg.  Delisle (Québec, 1966) beschrijft hierin het jaar dat hij doorbracht in de wijk Beit Hanina, als echtgenoot van een vrouw die in Gaza actief is voor Artsen Zonder Grenzen. Zij verpleegt, hij past op de kinderen en schetst intussen zijn omgeving. Eerder reisde hij met haar naar Noord-Korea en naar Birma, moeilijke landen waarover hij prachtige boeken tekende. Me dunkt dat je dan het een en ander hebt meegemaakt, maar Delisle noemt Israël niettemin ‘een nogal vermoeiende regio’ waar de dingen altijd ingewikkelder zijn dan je al dacht. Eén dag na aankomst krijgt hij tekst en uitleg over Beit Hanina: “We zitten in Oost-Jeruzalem. Dat is een Arabisch dorp dat na de Zesdaagse Oorlog in 1967 is geannexeerd.” We zijn dus in Israël, vraagt Delisle? Dat hangt ervan af, is het antwoord: wel volgens de regering, niet volgens de internationale gemeenschap. In drie plaatjes vat de tekenaar samen wat de regio zo vermoeiend maakt. Niet alleen betwist iedereen elkaars soevereiniteit, die twistzieke toestand is ook op elke straathoek van Jeruzalem zichtbaar en voelbaar. Delisle bezoekt ook plekken in de rest van het land en stuit overal op politieke en religieuze complicaties. En op de Muur, die hij graag tekent omdat het een ‘grafisch interessant’ object is. Totdat hij door soldaten weer wordt weggestuurd, want pottenkijkers zijn niet welkom.

‘Jeruzalem’ is vooral  het boek van een nieuwsgierige wandelaar. Delisle kwam niet naar het land met een vooropgezet plan of een vooringenomen visie, maar laat zich graag verrassen door alles wat op zijn pad komt. Dat kunnen de onvermijdelijke checkpoints zijn, maar ook de plastic tentjes die hij tijdens het Loofhuttenfeest op de balkons ziet verschijnen, of de smetteloze containers die hij op straat ziet staan, bestemd voor het respectvol afdanken van heilige boeken. Delisle geeft dit alles weer in sepia of blauwgrijs. Alleen voor speciale accenten wordt een opvallende kleur gebruikt, bijvoorbeeld voor landkaartjes, bloedspatten of de komst van de Messias (lichtblauw). Hij tekent in een uitgeklede, pictogramachtige stijl, maar ondanks die karigheid slaagt hij er in om je als lezer het gevoel te geven dat je zelf de Samaritaanse wijk bezoekt, of zelf de nederzettingen op de heuveltoppen staat te bestuderen. In zijn boek beeldt de Canadees zichzelf 33 keer af terwijl hij zit te schetsen. Wie wil weten wat hij daar zit te tekenen, kan de locaties gedetailleerd terugvinden op www.guydelisle.com/jerusalem/jeru-insitu.html. Goeie reis.

‘Jeruzalem’, Guy Delisle, Uitgeverij Oog & Blik/De Bezige Bij, € 24,90, ISBN 9789054923435, vijf sterretjes, 334 bladzijden, vertaling Arend Jan van Oudheusden

 

Geplaatst in Volkskrant