Een papieren speeltuin

Frits Jonker (1959) is letteraar van strips. Tenminste, daar heeft hij vijfentwintig jaar zijn brood mee verdiend. Toen hij er genoeg van had is hij huizen gaan schilderen en tijdens schaftpauzes ziet hij dat hij afwijkt van de anderen: zij eten wit brood met vleeswaren, hij eet bruin brood met kaas. Maar als dat het enige was, stond hij nu niet in de krant. Jonker knipt en plakt ook collages met wetenschappelijke prentjes in elkaar, hij verzamelt vuurwerkverpakkingen, filosofische oneliners en foto’s van verminkte gezichten, hij heeft verstand van reclamesingeltjes en obscure muziek, hij schreef stripscenario’s en ontwierp honderden alfabetten. Om zijn duizendpotige bezigheden te kunnen bijhouden maakt hij de fanzine ‘ShowCase’, één per dag in een oplage van 25 exemplaren, die hij rondstuurt in zijn kennissenkring. Op een dag kwam hij met uitgever Ger van Wulften overeen om tweeduizend van die strookjes te bundelen en het telefoonboekdikke resultaat te verpakken in een rode doos vol extraatjes zoals ansichtkaarten, leporello’s en een cd’tje. Wat dit excentrieke product nog excentrieker maakt: alle 713 bladzijden zijn handgeletterd.

Geen pretenties

De bundeling die er nu ligt heet ook ‘ShowCase’ en Jonker noemt het een ‘papieren speeltuin’ waarin hij alles kan etaleren en beschrijven wat hem inspireert en gelukkig maakt. “Ik zoek dingen die niet worden verzameld en die geen enkele waarde hebben,” schrijft hij, al voegt hij er op een andere plek aan toe dat hij is opgehouden met zoeken en nu alleen nog maar vindt. Een van zijn waardeloze verzamelingen bestaat uit fotootjes van postzegels. Als kind was hij filatelist en zijn collectie heeft hij weggegeven. Helaas. Hij zou ‘m kunnen reconstrueren, maar liever begint hij een metaverzameling van afgebeelde postzegels die hij uit kranten en tijdschriften knipt. In deze oplossing zitten twee neigingen die je in het hele boek tegenkomt. Ten eerste leeft Jonker in een nostalgisch universum waar alles met hartstocht terugwijst naar vroeger. Ten tweede is er een grote afschuw van pretentie, de dingen moeten kleiner en bescheidener. Als voorbeeld van zijn afschuw van opgeblazenheid toont hij een schets voor de huisstijl van het Stedelijk Museum, krabbeltjes die hem als typograaf pijn aan de ogen doen: “Om mij volkomen duistere reden was een vakjury (?) onder de indruk (?!) van deze ideeën (?!?). Ik wil ’t niet proberen te begrijpen.”

Dwangmatig

Jonker is niet alleen verzamelaar, maar ook een dwangmatig ontwerper. Als hem op een dag opvalt hoe charmant het apenstaartje is, de @ uit mail- en twitteradressen, besluit hij er zelf een paar te ontwerpen. Welgeteld: hij komt tot 145 varianten. In de ShowCase-strookjes zitten bovendien 324 door hemzelf ontworpen alfabetten verstopt, waaronder geniale zoals de ‘Afvalbed’ die is opgebouwd uit vuilniszakletters. Wie met een van de ABC’s aan de slag wil, kan contact opnemen met de bedenker. Tenslotte: de teksten in ‘ShowCase’ zijn grotendeels geletterd met een Rotring Variant, 0,33 mm.

‘ShowCase’, Frits Jonker, Uitgeverij Xtra, ISBN 9789490759353, € 99, 723 bladzijden, 4 *.

Gepubliceerd in de Volkskrant op 18 augustus 2012.

Geplaatst in Volkskrant