Een beetje pulp en veel Fallada

metfallada-1Iedereen gaat in zijn eentje dood, schreef Hans Fallada, maar niet iedereen publiceert daarna nog meesterwerken. Fallada (pseudoniem van Rudolf Ditzen, 1893 – 1947) was een Duitse schrijver die in 1932 beroemd werd met zijn roman Kleiner Mann, was nun? Pas na zijn dood verscheen Jeder stirbt für sich allein, in het Nederlands slapjes vertaald als Alleen in Berlijn en door Bas Heijne een vergeten hoogtepunt uit de Duitse literatuur genoemd: “Het is een vuistslag, vol in je gezicht.”
Datzelfde kun je zeggen over Der Trinker, eveneens postuum uitgegeven, waarin Fallada vertelt over de ondergang van alcoholist en handelaar Erwin Sommer. Deze roman werd door de Berlijnse tekenaar Jakob Hinrichs samen met gebeurtenissen uit Fallada’s leven tot een graphic novel verwerkt die even oogstrelend als angstaanjagend is. In het nawoord vraagt hij zich af: “Wat is het voor boek geworden? Een biografie? Een literaire bewerking als grafische roman? Geen van beide en van allebei een beetje. Het ging er mij om iets nieuws te scheppen, uit oud materiaal een nieuw verhaal te maken. Een snelle, oogverblindende collage in schrille kleuren, een beetje pulp, een beetje fictie en veel Fallada.”
Hinrichs noemt zijn eigen beeldtaal “eerder expressionistisch dan zakelijk, eerder surreëel dan waarheidsgetrouw”, overgoten met een saus van Neue Sachlichkeit. Je herkent de verbeten koppen van Otto Dix en de mensonterende taferelen van Georg Grosz, en het boek is toepasselijk gedrukt op rul crisispapier. Het verhaal begint in 1944, wanneer Fallada naar de gevangenis van Neustrelitz wordt gebracht omdat hij zijn vrouw Magda bijna heeft neergeschoten. In straalbezopen toestand, uiteraard. Hij deelt zijn cel met moordenaars die van half acht ’s avonds tot half zes ’s ochtends lekker liggen te knorren, terwijl de berouwvolle schrijver klaarwakker ligt te piekeren. De naargeestige gevangenisverhalen worden afgewisseld met passages uit de roman over Erwin Sommer en zijn delirische bestaan. Om zijn vrouw te treiteren is hij de nacht in gezwalkt en wil twee weken wegblijven, zonder bericht, dat zal haar leren! Intussen wordt hij verliefd op Elinor, la reine d’alcool, een muze die helaas alleen bestaat op de affiches van een bepaald merk schnaps. Hinrichs brengt Sommers woede-uitbarstingen en braakneigingen met overgave en kolderiek in beeld, grimlachend, zou je haast zeggen.

In dit boek vol dieptepunten vormt “Sachlicher Bericht über das Glück ein Morphinist zu sein” toch wel het allerzwartste deel. Behalve aan alcohol (Korn van 45%, volgens Hinrichs) was Fallada ook verslaafd aan morfine, en in zijn ‘bericht’ schreef hij daar verhalen over die óók alweer postuum zijn uitgegeven. Op twaalf niet bepaald zakelijke bladzijden zijn we getuige van Fallada’s krijsende verlangen naar honderd kubieke centimeter morfine, maar ook van de euforie die terugkeert als de naald zijn werk gedaan heeft: “Een stroom van geluk vloeit door mijn ledematen. Hierin bewegen mijn zenuwen teer en zacht als waterplanten heen en weer.”

Der Trinker is geschreven in de Tweede Wereldoorlog, maar de terreur van het nazi-regime komt er niet in voor. Hinrichs heeft echter een slimme en sympathieke truc bedacht om er zijdelings toch aandacht aan te besteden: hij laat Fallada een bezoek brengen aan E. O. Plauen, de populairste stripmaker van die jaren, ook fervent innemer, verzamelaar van obscene prentjes en criticaster van het nationaal-socialisme, die aan het eind van de oorlog zelfmoord pleegde in de gevangenis. De karikatuur die Plauen van Fallada maakte – in 1993 afgedrukt op een zegel van Deutsche Post – vond de schrijver bijzonder goed gelukt. “So war ich wirklich.”

‘Der Trinker’, Jakob Hinrichs & Hans Fallada, Metrolit Verlag, ISBN 978-3-8493-0110-1, € 25, 4½*. In oktober verschijnt een Nederlandse vertaling bij Uitgeverij Xtra.

Geplaatst in Volkskrant