Dolingen, dwalingen

binnenwerk5_135“Het heeft veel van een sprookje, mijn verhaal, maar het is toch alles werkelijk zoo gebeurd. Zoodra gij het niet meer gelooft, moet ge niet verder lezen, want dan schrijf ik niet voor u.” Met die woorden begon Frederik van Eeden zijn klassieke boek ‘De kleine Johannes’ en ze zijn met onverminderde kracht van toepassing op Roelof Wijtsma’s grafische roman ‘Doolhof van Eeden’. Niet alleen de archaïsche dubbele ‘e’ in de titel verwijst naar de 19e-eeuwse schrijver, ook het Jugendstil-omslag is een eerbetoon aan de oorspronkelijke uitgave. Wijtsma voert twee naakte adolescenten op, een meisje en een jongen, die van de Engels des Doods een kleine kans krijgen om het onmogelijke mogelijk te maken: het terugvinden van de gestorven ouders. Gezien de opdracht voorin het boek – “Voor Jan en Johanna, mijn ouders. Ik mis jullie” – ligt het voor de hand om hierin de vader en moeder van Roelof Wijtsma zelf te zien, wat aan deze afdaling in een mythische onderwereld een wrang spoortje realisme toevoegt.

Van een plot in de normale zin is geen sprake. Wijtsma laat de jongelui dolen door een Dantesque wereld van donkere wateren en desolate landschappen, weergegeven met vage contouren in zwart, wit en sepia, tot hun reis eindigt zo droomachtig als hij begon: in een ledikant waar de jongen eindelijk weer tussen papa en mama in ligt. Voor eeuwig, want op de allerlaatste bladzijde zijn het bed en de slapers tot grafbeeld versteend. Het meisje blijft alleen achter in het doolhof…

Wijtsma’s ‘Doolhof van Eeden’ mengt de mythe van Orpheus die de dood van Eurydice niet kan verdragen met de hopeloze nostalgie van de wees die koste wat het kost het geluk van de jeugd wil hervinden. Bart Nijstad gaat in zijn niet minder mythische stripboek ‘Muggen’ precies de andere kant op: niet de wederopstanding is zijn doel, maar de vernietiging van zijn geboortestad. “Heel lang geleden, op een warme zomeravond, zag een aantal inwoners van een klein dorp zwarte rookwolken opstijgen uit hun geliefde kerktoren.” Ook hier een sprookjesachtige start, al ontbreekt de tijdloosheid waar Wijtsma naar streeft. Bij Nijstad rijden nuchtere treinen door Hollandse weilanden, er is een mijnstaking en er rolt een mindervalide vrouw door een nieuwbouwwijk. Bovendien zijn veel van de tekeningen gebaseerd op fotografie, wat Nijstad bepaald niet onder stoelen of banken steekt. Ook hij laat een jongen en een meisje dwalen, door een wereld die gaandeweg bizarder wordt. Zijn verhaal krijgt vleugels vanaf het tweede hoofdstuk, wanneer voornoemde jongen  in contact komt met de mindervalide vrouw, een kortharige dikkerd die in haar huiskamer beelden boetseert die eruitzien als aliens. Het zijn deze beelden die in het apocalyptische slot reusachtige porporties krijgen en het dorpje Muggen (eigenlijk: het Meppel waar Nijstad opgroeide) met de grond gelijk maken. Een curieuze geschiedenis, om het zachtjes uit te drukken, maar de moeite van het lezen waard door de meer uitzinnige scènes, bijvoorbeeld die waarbij een wondergenezer wordt opgeslokt door het spataderbeen van de mindervalide vrouw. “Zoodra gij het niet meer gelooft, moet ge niet verder lezen.”

‘Muggen’, Bart Nijstad, Uitgeverij Xtra, ISBN 9789490759636, € 14,90, 3*

‘Doolhof van Eeden’, Roelof Wijtsma, Uitgeverij Sherpa, ISBN 9789089880628, € 24,95, 3*.

Geplaatst in Volkskrant