De wordingsgeschiedenis van een monster

dahmerDrie jongens lopen door een donker bos. Ze voelen zich onbehaaglijk, want in het bos komen ze klasgenoot Dahmer tegen. En Dahmer is eng. Hij heeft een dooie kat bij zich die hij gaat oplossen in zuur. De jongens geloven hem niet. “Je lult uit je nek!” Dahmer neemt ze mee naar zijn hut, die volstaat met glazen potten. Er zijn keurige etiketjes op geplakt: wasbeer, konijn, kraai. Terwijl het zweet op zijn voorhoofd parelt, legt hij uit: “Ik vind het leuk om… de botten… te  bestuderen. Het interesseert me wat er binnenin zit.”

Helaas, het betreft hier geen verzonnen griezelfilm. Striptekenaar Derf Backderf zat in de klas met Dahmer, voluit: Jeffrey Dahmer (1960-1994), die aanzienlijk ergere dingen zou doen dan katten op zuur zetten. Toen de politie hem in 1991 arresteerde, werden in zijn appartement de resten gevonden van diverse lichamen; rompen en hoofden, in een ton met chemicaliën of gewoon in de ijskast. Zijn bijnaam was The Milwaukee Cannibal, maar ook necrofiele handelingen stonden op zijn repertoire.

Backderf heeft over de puberjaren van zijn vroegere klasgenoot een grafische roman getekend, Mijn vriend Dahmer, waarin hij de wordingsgeschiedenis van het monster probeert te schetsen. Hoe komt iemand ertoe 17 jongens te vermoorden, daarna te verkrachten en gedeeltelijk te verorberen? Hoe ziet zo iemand er uit? Kun je aan hem zien dat hij gek is?

Over de legendarische seriemoordenaar die hij jarenlang van dichtbij heeft kunnen bestuderen, maakte Backderf een verrassend mild boek. Omdat hij zich maar al te goed herinnert dat de jonge Dahmer in totaal isolement opgroeide en zelfs als hij dronken door de schoolgangen liep, werd genegeerd. Op school alleen, thuis alleen. Dahmer worstelde met zijn homoseksuele aanleg, een absoluut taboe in het Wisconsin van de jaren zeventig, en kon daar met zijn vader niet over praten. Zijn moeder was depressief en had last van stuipen, wat Dahmer te pas en te onpas nadeed: eigenlijk was die spastische act zijn enige manier om met andere tieners te communiceren.

In een aan Robert Crumb ontleende underground-stijl – meer karikaturaal dan realistisch, met clowneske handen en voeten – beeldt Backderf (1959) zijn klasgenoot ‘Jeff’ af als een houterige, bebrilde nerd die emotieloos voor zich uit staart. Expliciete taferelen komen in het boek niet voor, of het moet de scène zijn waar Dahmer een zelfgevangen vis aan stukken hakt met de motivatie: “Ik wilde gewoon zien hoe het eruit zag.”

Backderf brengt de moordscènes dus niet in beeld. Hij laat de lezer, bij wijze van metafoor, alleen zien hoe Jeff omgaat met dode dieren, die hij knuffelt in het donkere bos waar hij woont. Voor die terughoudendheid heeft Backderf een simpele reden: “Iedereen verwacht gruwelijke beelden, maar ik verras de lezer liever. Bovendien is het verhaal van Dahmers misdaden al zo vaak verteld. Er bestaan honderden boeken over zijn killing spree en vier films, meen ik. Als tekenaar zoek ik juist naar verhalen die nog niet verteld zijn. Verder heb ik Dahmer als monster niet gekend: onze tijd samen eindigde precies op het moment dat het moorden begon.”

‘Dahmer was geen onschuldige nerd, hij was een perverse sluipmordenaar’

In de roman zit mededogen met Dahmer, die niet als een sadistische slachter wordt geportretteerd, maar eerder als het product van een mislukte opvoeding en van een onverschillige schoolleiding. Backderf: “Ik beeld hem af zoals ik me hem herinner: als een verwarde jongeman die afglijdt naar de waanzin terwijl de volwassenen wegkijken of hem gewoon negeren. Maar de echte slachtoffers zijn natuurlijk de zeventien onschuldige mensen die een  verschrikkelijke dood stierven. Dat vergeet ik niet.”

Backderf zet Dahmer neer als een ontzettende nerd, met stom haar en suffe kleding. Zijn isolement werd er alleen maar groter door. Ironisch genoeg zijn nerds tegenwoordig heel  populair. Sitcom-karakters als Sheldon Cooper van The Big Bang Theory zijn sterren. Maar Backderf gelooft niet dat Dahmer nu meer contact met zijn leeftijdgenoten zou hebben gehad. “Dahmer was geen onschuldige nerd. Hij was een perverse sluipmoordenaar. En hij was, zoals wij allemaal, een product van zijn tijd en omgeving, daarom doe ik in mijn boek ook zoveel moeite om de seventies in beeld te brengen. Neem al dat gezuip: vijf jaar later zouden de schoolleiding en de politie daar een eind aan hebben gemaakt. Misschien zou Jeff’s vader dan hulp voor zijn zoon hebben gezocht. Maar misschien ook niet. Want NIEMAND schonk aandacht aan hem, Jeff’s lot was bezegeld. Hij heeft nog opmerkelijk lang vastgehouden aan zijn menselijke kant, als je nagaat door wat voor monsterlijke beelden en stemmen hij werd gekweld.”

Tegenwoordig mogen homoseksuelen in Winconsin trouwen, maar in de jaren zeventig moesten ze daar niks van homoseksualiteit weten. “Die afwijzende houding heeft een grote rol gespeeld in Dahmers ontwikkeling. Zijn vader Lionel was een wetenschapper, maar ook nogal godsdienstig en hij vond homoseksualiteit immoreel. Jeff kon met zijn monsterlijke fantasieën over mannen niet naar zijn vader, de enige die hem had kunnen helpen.”

Volgens Backderf heeft iedereen de gekwelde Dahmer dus in de steek gelaten. Dat roept de vraag op of hij en zijn zeventien slachtoffers gered hadden kunnen worden, bijvoorbeeld met meer steun en toezicht op de middelbare school. Maar daarover is de tekenaar skeptisch.

“Ik denk dat Dahmer  verdoemd was. Zijn waanzin was zo extreem, ik betwijfel of hij geholpen had kunnen worden. Maar ik denk dat al die mensen niet hadden hoeven sterven als iemand beter had opgelet. Mijn vriend Dahmer is een boek over falen. Iedereen heeft gefaald. Jeffs ouders, zijn leraren, de schoolleiding, de politie, Jeffs vrienden, en natuurlijk Jeff zelf.

In het beste geval zou Jeff zijn opgenomen en volgestopt met antidepressiva om zijn krankzinnige behoeftes en fantasieën te onderdrukken. Als maar één van de volwassenen zijn bizarre gedrag had opgemerkt en hulp voor hem zou hebben gezocht… Hij was voorbestemd voor een treurig, ongelukkig leven. Maar dat had hij graag verkozen boven de hel die zijn leven tenslotte geworden is.”

Op 28 november 1994 werd Jeffrey Dahmer in de gevangenis doodgeslagen door een mede- gevangene en medebewoner van de hel: Christopher Scarver, schizofreen en moordenaar. Scarver gebruikte daarvoor een stang uit een fitness-apparaat, wat op merkwaardige wijze ‘rijmt’ met de eerste moord die Dahmer zelf pleegde: met een halter.

‘Mijn vriend Dahmer’, Derf Backderf, Uitgeverij Scratch Books, € 19,90, ISBN 9789492117045, 4 sterren. Deze bespreking stond op 4 maart in de Volkskrant.

Geplaatst in Volkskrant