Avonturen van een fronttoerist

bernhard“De situaties in het verhaal zijn veelal gedramatiseerd, aangepast, vereenvoudigd en/of berusten op speculatie.” Met dit sterke voorbehoud beginnen Erik Varekamp en Mick Peet het vijfde deel van ‘Agent Orange’, hun verstripte biografie van ZKH Prins Bernhard. Dat suggereert dat ze er maar een beetje op los fantaseren, maar uit het boeiende nawoord van Coen Hilbrink, getiteld ‘Van fronttoerist tot held van het verzet’, blijkt juist dat deze getekende geschiedschrijving zorgvuldig is gedocumenteerd.

Rode draad in dit deel is de hardnekkigheid waarmee Koningin Wilhelmina en Bernhard zelf proberen een opperbevelhebberschap voor de prins te ritselen. Militaire ervaring heeft hij nauwelijks, maar dat mag de pret niet drukken. Bernard vliegt als waarnemer een keertje mee met een Amerikaanse bommenwerper en maakt foto’s terwijl Duits afweergeschut probeert hem uit de lucht te knallen. Bernhard is opgetogen als een jongetje dat mag meerijden op de brandweerwagen. “Ik ben benieuwd of de foto geslaagd is!” mijmert hij.

Een belangrijke bijrol is weggelegd voor Chris Lindemans alias King Kong, de dubbelspion die mede-verantwoordelijk wordt gehouden voor het mislukken van de Slag van Arnhem omdat hij plannen voor een grondoffensief aan de Duitsers had verraden. Deze King Kong maakte deel uit van Bernhards entourage en heeft dingen gehoord die binnenskamers hadden moeten blijven. Maar de prins had geen dubbelspion nodig om zich te compromitteren. Onlangs haalde hij nog de landelijke pers doordat in ‘Agent Orange’ wordt gememoreerd dat Bernhard aan het eind van de oorlog nogal laconiek had voorgesteld om 200 Waffen SS-ers zonder proces te laten doodschieten. Later zou hij even laconiek verklaren dat het een grapje was geweest! Ernst is voor tobbers.

Als appendix is achterin het boek een uitvoerige beschrijving opgenomen van Bernhards mobiele collectie: 7 vliegtuigen en 13 luxe-automobielen, alles kort voor of tijdens de oorlog aangeschaft dan wel cadeau gekregen. Hij bezat bijvoorbeeld een majesteitelijke Alfa Romeo 8C 2900B Corto Touring Spider, in 1938 gekocht in Italië voor 25.000 gulden, na de oorlog verkocht voor 100.000 Franse francs. “Van de opbrengst koopt Bernhard wijn en Franse cognac.”

Het cynisme van deze salon-militair, die zonder een schot te hebben gelost tot held van het verzet werd gepromoveerd, wordt ruim overtroffen door dat van de industriëlen en politici die nog tijdens de oorlog druk bezig zijn de economie van het toekomstig Europa veilig te stellen. Terwijl de Duitsers tijdig hun enorme oorlogswinsten naar Zwitserse banken brengen (Joods goud!), vertelt Bernards vriend Frits Philips hoeveel er is verdiend met de verkoop van gloeilampen aan de bezetter. “Haha, onbetaalbaar!”schatert de prins.

Er staan veel mooie plaatjes in deze ‘Agent Orange’, maar de hoofdprijs gaat naar de pagina waar we zien wat er gebeurt als Bernhard benzedrine heeft gesnoven en vervolgens in een vliegtuig stapt: in een reeks hallucinante beelden met Gothische letters suggereren Peet en Varekamp dat Bernhard een ernstig Oedipus-complex had en zijn moeder wilde kussen. Maar dat berust op speculatie.

Erik Varekamp en Mick Peet, Uitgeverij Van Praag, ‘Agent Orange: De Oorlogsjaren Van Prins Bernhard III / De Affaire King Kong’, ISBN 9789049032135, € 15, 4*

Geplaatst in Volkskrant