Umberto Eco: Superman is vergeetachtig

atlas en herculesIn 1972 schreef de semioticus Umberto Eco (1932-2016) zijn beroemde essay ‘De mythe van Superman’, waarin hij á la Roland Barthes naar diepe gronden zocht in de schijnbaar ondiepe vijver van de populaire cultuur. Hij concentreerde zich hierbij op de figuur Superman, die hij al in de eerste alinea vergelijkt met archetypische grootheden als Hercules en Pantagruel. Hij benadrukt wel dat de stripheld behalve Superman óók Clark Kent is, een middelmatige, loensende klerk die verliefd is op Lois Lane. Door deze dubbele natuur neemt hij een onbestemde plek in tussen twee uitersten. Aan de ene kant staat het mythische karakter, dat aan universele wetten moet beantwoorden en daardoor in alles voorspelbaar is: wie naar een Griekse tragedie kijkt weet van tevoren wat er gaat (en moet) gebeuren. De moderne roman echter, schrijft Eco, “kent de ingenieuze vinding van de onverwachte gebeurtenis” en de romanfiguur is “een historisch type” dat wordt geregeerd door de waan van de dag. Hij is daarmee een Elckerlyc in wie de gewone man zichzelf weerspiegeld ziet. Superman “is gefixeerd in het mythische”, hij moet onschendbaar blijven en onveranderlijk, terwijl Clark Kent zich als romanfiguur juist moet kunnen ontwikkelen.

Røntgen-ogen

Hoe lossen de scenarioschrijvers van DC deze schizofrene situatie op? Door Superman toch een kleine kwetsbaarheid toe te staan: hij is niet bestand tegen Kryptoniet en dus proberen zijn tegenstanders hem daarmee te raken. Even ter herinnering: onze superheld is sneller dan een kogel, sterker dan een locomotief en kan over flatgebouwen springen; hij heeft een supergehoor, røntgen-ogen, kan met zijn adem mensen bevriezen en kan vliegen. Knappe jongen die daar iets tegenin weet te brengen. Maar er is dus Kryptoniet, dat volgens Eco verstrekkende gevolgen heeft omdat het Superman tot handelen dwingt. Op deze plek in zijn essay maakt hij een filosofisch uitstapje naar het fenomeen ‘tijd’, dat een keten van causaliteit vormt van vroeger naar later, “een structuur van mogelijkheden”. Als we een toekomst willen hebben, kunnen we niet ons verleden zijn; we moeten handelen en onze handelingen veranderen wie wij zijn, inclusief ons verleden. De klassieke mythische held is statisch, onveranderlijk, maar Superman is een stripheld die door het commerciële concern DC wordt gedwongen in actie te komen, keer op keer. Om te voorkomen dat hij daardoor te menselijk wordt (d.w.z. een psychische ontwikkeling doormaakt) hebben de scenaristen een truc bedacht: vergeetachtigheid! Elke aflevering begint from scratch, met een schone lei, van voren af aan. De episodes borduren niet op elkaar voort, want daardoor zou de held noodzakelijkerwijs verouderen, zoals in de krantenstrip Gasoline Alley van Frank King, waar Uncle Walt en neefje Skeezix met de strip meegroeien… en verwelken.

Massacultuur

Maar het publiek wil ook wat, want het ziet in Superman een romantische figuur, althans in zijn alter ego Clark Kent die verliefd is op Lois Lane. Zij moeten absoluut trouwen, vindt de lezer. Ook hierop heeft DC iets slims bedacht: Imaginary Tales. Naast de basisreeks wordt een parallelle reeks verzonnen, die in beeld brengt wat er had kunnen gebeuren als… Dit klinkt simpel, maar eigenlijk is het duizelingwekkend: naast een fictieve wereld die zogenaamd echt is wordt een fictieve wereld gezet die onecht mag zijn. Het fictieve kent blijkbaar gradaties.
In de stijl van Roland Barthes (die niet te beroerd was om het Homerische te zien in sportcommentaren) vergelijkt Eco vervolgens de superheldenstrip met de modernistische romans van James Joyce en Robbe-Grillet, omdat tijdparadoxen in beide domeinen – het populaire en het elitaire – een grote rol spelen. Deze romans verschaffen de hedendaagse mens de mogelijkheid om zich te verhouden tot een rommelig universum waarin niet langer één paradigma regeert (God is immers dood): dus lees zo’n complexe roman, leef je in en oefen je in het omgaan met chaos. Helaas ontberen de avonturen van onze held deze kritische dimensie, omdat zowel de scenaristen als de lezers en Superman zelf hun grip op “de temporele relaties” kwijt zijn; zij bevinden zich volgens Eco in de illusie van een eeuwigdurend heden. Daardoor vergeten zij ook de basis van alle problemen en zorgen, namelijk de vrijheid van de wil, de noodzaak van plannen maken, het nemen van verantwoordelijkheid en het hebben van spijt over gemaakte fouten. Superman heeft nooit spijt. En dat is ook precies de bedoeling, want de superheldenstrip is een escapistisch vehikel: commercie, reclame en propaganda appelleren bij uitstek aan het ontduiken van verantwoordelijkheidsgevoel. Vergeet niet dat Eco zijn stuk schreef in een tijd dat het verschijnsel ‘massacultuur’ en de dom makende invloed van de ‘amusementsindustrie’ met grote achterdocht werden bekeken.

Infantiele luiheid

Hierna roert Eco een ander aspect van de populaire cultuur aan, te weten het repetitieve, de herhaling, het voorspelbare. Hij noemt de figuur Fantômas, die een eeuw geleden beroemd werd als feuilleton-schurk en aan het begin van elke aflevering weer net zo arm was als in de vorige en dus opnieuw een reden had om geld te zoeken. Ook hier een ‘vergeetachtigheid’ die de lectuur iets van het perpetuum mobile geeft. Het publiek, zegt Eco, hongert naar de onderhoudende vertelling (“entertaining narrative”) en daarmee ook naar redundantie, overtolligheid, herhaling. In een industriële samenleving met zijn “alternation of standards” en sociale mobiliteit zoekt de burger naar een rustpunt, en die vindt hij in het voorspelbare van zijn lievelingsserie. Zelfs de intellectueel die heeft geluisterd naar seriële muziek of gekeken heeft naar action painting, aldus Vadertje Umberto, kan genieten van wat “infantiele luiheid” of zich zelfs onderdompelen in “een orgie van redundantie”. Niks mis mee, het wordt pas problematisch als het complete culturele dieet uit junkfood bestaat.

Mao’s juk

Eco sluit zijn briljante betoog af met het signaleren van een laatste paradox: het links blijven liggen van superkrachten. Superman is sterker dan de politie, het leger en de staat, maar hij is zo nobel dat hij zijn krachten alleen gebruikt ten bate van het Goede, wat wel een mooie pedagogische boodschap is voor de jeugdige lezers. Maar, vraagt Eco zich af, wat is het Goede? Superman zou onmetelijk rijk en machtig kunnen zijn, en toch streeft hij daar niet naar. Hij zou alle ellende op aarde kunnen wegnemen en (we zijn nog steeds in 1972) zeshonderd miljoen Chinezen kunnen bevrijden van Mao’s juk! Helaas, Superman beperkt zijn focus tot Smallville en Metropolis en beschermt de eigendommen van de belastingbetaler. Eco schrijft: “De enig zichtbare vorm van het Kwade is de aanslag op het privé-bezit.” De slechteriken zijn altijd bankrovers, nooit drugshandelaren of corrupte politici, laat staan de perverse seriemoordenaar die vandaag de dag zo geliefd is. Superman is een modelburger die collecteert voor de wezen, zijn vorm van het Goede is de charitas. In het kapitalistische DC-universum is het Goede dat wat geld geeft en het Kwade dat wat geld neemt. Kort gezegd: de stripmythe is zo plat als een dubbeltje.

Geplaatst in Beeldcultuur
2 reacties op “Umberto Eco: Superman is vergeetachtig
  1. Eric Fonville schreef:

    Leuk artikel Joost!

  2. Ger Apeldoorn schreef:

    Jammer dat je het stuk van Umberto Eco niet in zijn tijd plaatst. Iedere historicus van de populaire cultuur lijkt alleen over zijn eigen jeugd te schrijven en zo ook Eco. Zijn Superman is de Superman van de jaren vijftig en (een klein beetje) zestig, wat de verwijzingen naar Imaginary Tales nog eens bevestigd. Ondertussen is Superman minstens drie keer opnieuw uitgevonden, vooral ook onder de commerciële druk van DC’s grote tegenhanger Marvel. Want je schaadt jezelf behoorlijk door tot drie keer toe te verwijzen naar de commerciële belangen van Marvel, waar het in feite DC is die Superman (en Batman) produceert. Stan Lee (de redacteur/schrijver van Marvel en de medeschepper van Spiderman, The Fantastic Four en al die andere helden) is iemand die Umberto Eco een hand kon schudden, want hij schiep het Marvel universum als reactie op de door Eco geconstateerde stagnatie in het universum van de oude Superman. Zijn helden zijn ‘tragisch’, hebben persoonlijke hang-ups, worstelen met hun leven, hun zelfbeeld en zelfs hun superheldendom (The Thing #51 is een goed voorbeeld; This Man… This Monster). Natuurlijk is hun mogelijkheid tot persoonlijke groei een schijngroei, want uiteindelijk moet er wel iets over blijven om te verkopen. Eén van de meest recente tussenoplossinge is om zelfs de koppeling van persoon en superheld los te laten en toe te staan dat de ene held na de andere bij Marvel (en DC, want ze zijn allemaal hetzelfde pad opgegaan) zijn superidenteit overgeeft aan iemand anders, in sommige gevallen zelfs een vrouw (Thor) of een allochtoon (Spiderman). Met andere woorden: Umberto Eco’s artikel is hopeloos verouderd. Een ware hommage aan zijn talent was geweest als iemand zijn theorieën had doorgetrokken naar de moderne ontwikkelingen (en dan sla ik de hele anti-trend uit de jaren tachtig nog over, die je trouwens nu weer driedubel zo hard terug ziet in de DC films van Batman en Superman). Maar ja, dan had je misschien ook wat van die strips moeten lezen en dat heb je getuige dit stuk duideljk de laatste dertig jaar niet gedaan.