Ecce homo, een tragikomedie

 

 

 

 

 

 

 

 

Jans Muskee en Chantal Breukers hebben mij gevraagd op deze 13e editie van hun kunstenaarsinitiatief Depot Algemene Kunst  of DAK iets te zeggen over de tentoonstelling van Susanna Inglada en Sam Ballet. Ze schreven mij: “Op onregelmatige tijden zoeken we twee kunstenaars bij elkaar die elkaar aanvullen en tegenspreken en samen meer kunnen betekenen dan ze individueel zouden zijn.”

Om te kunnen bepalen waar die toegevoegde waarde in schuilt, heb ik van elk een tekening uitgeprint die ik exemplarisch vind voor hun tekenwerk als zodanig.

In ‘De nacht van de tragedie’ van Susanna Inglada zijn we getuige van de geboorte van de mens, of nee, van de man. Het is een ‘Ecce Homo’, een ‘zie de mens’ of ‘zie de man’. In de samengestelde tekeningen van Inglada figureren eigenlijk alleen maar mannen, maar ik denk dat zij ons universele toestanden laat zien.

Deze mens tuimelt hoofdloos uit de echoscopie, maar in een andere tekening van Inglada, ‘Modelando’, kunnen we zien hoe dat hoofd alsnog wordt gemodelleerd, gekneed en gekleid. Het gaat haar dus om menswording.

We zien hier ook de geboorte van Adam, onze stamvader, die straks alle dingen in de Schepping hun naam mag geven maar vooralsnog leeghoofdig is. Inglada is in die zin niet bijbelvast want over de Zesde Dag staat in Genesis: “Toen formeerde de here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen.” Zonder neusgaten geen leven, dus de kosmische gebeurtenis die wij hier zien – de foetus zweeft als een astronaut uit de baarmoeder – gaat over het moment vlak vóór het grote afscheid. Het weemoedige moment dat wij de veiligste plek in dit universum, de buik van onze moeder, moeten verlaten. De foetus is overigens netjes in pak, want de mens komt ter wereld als volwaardig lid van de maatschappij, als iemand die zich wel moet gedragen: volgens de norm. Die normaal moet zijn.

Nee, dan ‘De filosoof’ van Sam Ballet!  Die is normaal! Hij drinkt Jupiler, tot voor kort hoofdsponsor van de Eerste Divisie Betaald Voetbal, en speelt met een Nintendo, te oordelen naar de liggende vorm van de gadget in zijn handen. Vóór hem staat een computer voor grote mensen, maar daar is-ie niet mee bezig. Op zijn hoofd zit een feestmutsje, hij is jarig, of getikt, of principieel onvolwassen. Deze filosoof is er een á la Diogenes, die bij zijn publiek plaatsvervangende schaamte oproept en de mensen confronteert met wat ze eigenlijk niet willen zien of weten. Hun kinderachtigheid bijvoorbeeld. Ballet tekent met kleurpotlood, uiteráárd zou ik bijna zeggen, want het kind ontdekt en verbeeldt de wereld met behulp van zijn blikken doos Caran d’Ache. In een andere tekening van Ballet, ‘Dissection of an Artist’, versterkt hij dat idee door een dwarsdoorsnede van de kunstenaar te laten zien met een schilderspaletje op de plaats van het hart en een kindertekening in de buik. Daaronder tekende hij een lever: ‘To digest beer’.

De mannen van Ballet, die net zo ‘algemeen’ menselijk zijn als de mannen van Inglada, willen niet opgroeien. Zij zijn uit de buik van hun moeder geperst, in pak, maar hebben dat pak zo snel mogelijk weer uitgetrokken. Nietzsche zei: ‘Wij moeten worden wie we zijn’, maar daar mogen we best een tijdje over doen.

De toegevoegde waarde van Ballet & Inglada, concludeer ik, is dat ze in twee verschillende beeldtalen laten zien hoe ‘de mens’ worstelt om iets van zichzelf te maken. Twee Ecce Homo’s, één tragikomedie.

DAK #13 – 26 oktober, Depot Algemene Kunst, Schoutenstraat 10, Utrecht.

Geplaatst in Beeldcultuur
Categorieën
Spring naar werkbalk