De Gierenclub: schrijvend en filmend bij elk bloedbad

de-gierenclubWie regelmatig naar Pauw & Witteman kijkt of, nog beter, naar de Vlaamse tv-zender Canvas, weet wie Rudi Vranckx is: de belangrijkste oorlogsjournalist van België. In 2012 werd zijn driedelige documentaire-reeks De Revolutieroute uitgezonden, waarin hij een reconstructie maakte van wat ooit de Arabische Lente werd genoemd. Die exercitie herhaalt hij nu in een heel ander genre, namelijk dat van het beeldverhaal: ‘De Gierenclub’. Samen met tekenaar Caryl Strzelecki, die eerder naam maakte met een getekend boek over het getto van Warschau, trekt hij opnieuw naar de brandhaarden van Tunesië, Egypte, Libië en Syrië om de balans op te maken van wat hij in dit verscheurde deel van de wereld heeft gezien en wat dit met hemzelf heeft gedaan.

Gek genoeg heeft de uitgever (De Bezige Bij Antwerpen) op het omslag de genre-aanduiding ‘striproman’ laten zetten, terwijl het boek met romankunst hoegenaamd niets te maken heeft. ‘De Gierenclub’ is wél een prachtig voorbeeld van stripjournalistiek, waarbij de tekenaar tegelijk regisseur en cameraman is. In veel journalistieke strips is de tekenaar ook nog eens de hoofdrolspeler – kijk naar Joe Sacco, Patrick Chapatte en Guy Delisle, drie kopstukken in dit genre – maar dat is hier anders. Strzelecki heeft Vranckx over zijn ervaringen geïnterviewd en vervolgens in korte hoofdstukken in beeld gebracht hoe de oorlogsverslaggever ’s nachts naar verboden zones wordt gesmokkeld, hoe hij emotionerende gesprekken voert met een slachtoffer van een mislukte zelfverbranding of getuige is van de dood van een collega die sneuvelt door sluipschuttervuur. Tussen deze heftige scènes door zien we hoe de tekenaar vraaggesprekken houdt met de journalist: sobere pagina’s met talking heads, die te midden van al het geweld wat lucht geven. Deze interviews maken ‘De Gierenclub’ net weer anders dan ‘Van Istanbul naar Bagdad’ van Arnon Grunberg en Hanco Kolk uit 2010, waarin de tekenaar artikelen verbeeldt die eerder in kranten en blogs zijn gepubliceerd.

De titel van het boek is ontleend aan het macabere feit dat oorlogsjournalisten elkaar bij ieder bloedbad weer tegenkomen. In het voorwoord schrijft Vranckx: “De Gierenclub bestaat echt! Het is een losse groep van reporters die naar de oorlog trekken. Zoal het gieren betaamt, ontmoeten we elkaar waar bloed heeft gevloeid of ellende heerst. De Gierenclub is opgericht naar aanleiding van de dood van twee collega’s in Misurata in Libië, Tim Hetherington en Chris Hondros.” En Vranckx voegt eraan toe dat het boek eigenlijk is opgedragen aan al zijn gedode collega’s.

Achterin het boek zit een opmerkelijke reeks van achttien zwarte bladzijden, waarop de moord op Muammar Khadaffi nauwgezet in beeld wordt gebracht, met een vuil bloedrood als enige steunkleur. ‘In the name of democracy’ heet dit hoofdstuk, waarmee op sarcastische wijze wordt gezegd dat ook de smerigste dictator recht heeft op een proces.

 

Rudi Vranckx en Caryl Strzelecki, ‘De Gierenclub’, Uitgeverij De Bezige Bij Antwerpen, ISBN 9789085424796, € 24, 95.

P.S. Dit schreef Rudi Vranckx mij desgevraagd, voordat ik het artikel publiceerde in Villamedia Magazine:

“Het voorstel voor de striproman kwam van Caryl over een ander thema (Irak-boek van mij jaren geleden). Ik heb dan voorgesteld om de actualiteit te volgen waar ik de voorbije jaren intens mee bezig was. Daar waren we het allebei snel over eens. Opbouw, scenario en titel heb ik gekozen; de verhalen geselecteerd en Caryl beelden bezorgd om die te verstrippen. De moord op Kaddhafi heeft hij dan weer via internet bekeken omdat dat grote indruk op hem maakte. We hebben regelmatig samengezeten om dit te overlopen en te bespreken. De rode draad (de verteller- en tekenaar-karikatuur); daarvan heb ik de teksten in dialoogvorm uitgeschreven met suggestie van achtergrond en locatie. Regelmatig kwamen we samen om de platen te ordenen. En bij die gelegenheid bespraken we het vervolg. De tekenstijl, kleur en de essentie die hij uit de beelden haalde zijn volledig de verdienste van Caryl.

Geplaatst in Beeldcultuur