Barts boze oog

binnenwerk4_135Ik begin met een vraag: is het belangrijk dat kunstenaars zelf weten waar hun werk over gaat? Na dertig jaar ervaring met recensies schrijven en kunstenaars interviewen, ben ik geneigd te zeggen: nee. En omdat Bart Nijstad misschien geen idee heeft waar zijn boek ‘Muggen’ over gaat, ga ik hem dat nu vertellen.

In de eerste plaats gaat ‘Muggen’ niet over muggen, maar over kraaien. Ik heb in het hele boek 33 tekeningen van kraaien gezien, en nul van muggen. Er komt wel twee keer een kaketoe in beeld. De kraai is een onheilsvogel, hij brengt ongeluk en maakt lelijke, krassende geluiden. In Barts boek zorgt het voortdurend opduiken van de kraaien voor dreiging en ook voor dynamiek, want een kraaienzwerm is geen saai ding om te tekenen. Op bladzijde 71 gebeurt iets essentieels: de jongen en het meisje die de hoofdrollen vertolken zijn op zoek naar het hondje Tobi en komen terecht in een landschap van zandhopen. Hierop zijn kraaien neergedaald die om iets vechten. Het blijkt een oog te zijn, of preciezer gezegd: een oogbal waar nog een spiertje aan hangt. Zij hebben dit oog gepikt uit het gezicht van de vader van de kinderen. De jongen raapt de oogbal op en stopt hem in zijn zak.

Volgens het Nederlands woordenboek betekent de uitdrukking “zijn ogen in zijn zak hebben” zoveel als “zelfs het meest opzichtige niet zien”. De jongen verblindt het oog door het in zijn zak te stoppen. Mogen wij iets niet zien? Wanneer Bart zijn boek ‘Muggen’ signeert, tekent hij voorin steevast een oogbal met een sliertje eraan, dus blijkbaar is dit een belangrijke clou.

In 1928 schreef George Bataille zijn beruchte boek ‘L’Histoire d Oeil’, bij ons bekend geworden als Het Oog, waarin een lange reeks perversiteiten wordt beschreven. Er wordt een lijk geschonden, er wordt overvloedig gemasturbeerd, er wordt creatief omgesprongen met urine, etcetera. Voor Bataille is het oog een ei dat je kunt openbreken, maar het is ook een gat waar je dingen in kunt stoppen, zoals elke andere lichaamsopening, en het oog is vooral het beslissende orgaan in de erotiek, want kijken is uitkleden en bekeken worden is onteerd worden.

Laten wij zelf ook even kijken, naar bladzijde 53 van Barts boek. [Let op de rode pijlen!] Bataille zou in zijn nopjes zijn geweest met wat we hier zien, want niet alleen wordt hier heel intens gestaard èn gezweet, de blik is ook nog eens gericht op de private parts van een meisjesdinosaurus. Men zegt wel dat mannen zich aangetrokken voelen tot van alles en nog wat – “als er maar een gat in zit”. Welnu, dat wordt hier luid en duidelijk geïllustreerd. Barts tekening is gebaseerd op een bestaand schilderij, van Charles Robert Knight (1874-1953), waarop het geslachtsdeel echter ontbreekt. Bart heeft deze cloaca er dus zelf bij gefantaseerd om aan te geven dat de jonge puber eigenlijk maar met één ding bezig is. Een prehistorisch reptiel als pin-up!…

Op bladzijde 105 beleven we een volgende perverse climax: hier verdwijnt de masseur in het spataderbeen van de invalide buurvrouw, die deze penetratie ondergaat met een gelukzalige blik. Haar bolle ogen draaien weg, zodat alleen het oogwit overblijft. Ogen als eieren, zou Bataille zeggen. Doordat haar pupillen onder de oogleden verdwijnen, kijkt ze in feite naar binnen, in haar schedel. Hier gebeuren allerlei alchemistische dingen, want op de volgende bladzijde kotst ze met diezelfde wezenloze blik een berg klei uit. De masseur is veranderd in klei en uit die klei groeit weer een monster dat het stadje Muggen zal verwoesten. Volgt u het nog? Masseur transformeert tot vrouwenvlees, vrouwenvlees wordt klei, klei wordt reus, reus vermorzelt stadje, en tenslotte is de kraai een kaketoe geworden. Dat is minstens zo bizar als de metamorfosen van Ovidius, bij wie een nimf verandert in een laurierboom, een jager in een hert, een prinses in een ster en een nimf in een koe.

De ontknoping volgt op bladzijde 125: een van de apocalyptische reuzen tilt de jongen op en houdt hem ondersteboven, waardoor het oog waar de kraaien om vochten uit zijn zak valt. De reus vangt het oog op en knijpt het stuk, waarna er een onevenredige hoeveelheid bloed uit loopt. Hierna raakt het boek in een stroomversnelling: de stad wordt volledig verwoest, de buurvrouw wordt opgezogen en uitgespuugd, het hondje keert ongeschonden terug, de jongen en het meisje belanden op een paradijselijk eiland.

In de Griekse tragedie noem je dit de katharsis, de grote schoonmaak, die nodig is om met het leven verder te kunnen. Bart Nijstad moest het stadje Muggen vernietigen omdat het staat voor Meppel, zijn provinciale stomping ground. Wat hij daar gezien heeft, met zijn boze oog, is middelmatigheid en kleinburgerlijkheid, de Drentse ellende waar ook Peter Middendorp over geschreven heeft; maar met deze grafische roman is Bart Nijstad de middelmaat definitief ontstegen! Het oog is verblind, Meppel is kapot. Bart is vrij!

Zoiets zou het boek kunnen betekenen, maar als ik het helemaal mis heb is het nog niet erg, want zoals Harma Heikens laatst zei nadat ik over haar in de Volkskrant had geschreven: de kunstenaar heeft met interpretaties van zijn of haar werk eigenlijk niks te maken!

Dank u wel.

Deze tekst heb ik gisteren (12 oktober) uitgesproken in Galerie Sign te Groningen ter gelegenheid van Bart Nijstads tentoonstelling aldaar.

Geplaatst in Beeldcultuur